Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
Stelt u maar even voor, dat er twee gekleurde zonnen boven
onzen horizon waren, de een rood, de andere groen. Hun
onderlinge afstand verandert telkens; soms gaan zij voorbij
elkander en dan verandert de kleur van den dag in allerlei
tinten. Verder moet ieder voorwerp twee schaduwen werpen
en wel geeft de roode zon een groene schaduw en de groene
een roode. Welk vreemd tooneel zouden dan onze land-
schappen, de dorpen, dieren en menschen aanbieden!
De spectroscoop heeft omtrent de beweging der dubbel-
sterren nog geene bepaalde uitkomsten opgeleverd. Het is
trouwens niet te verwachten, dat dit nuttige instrument,
in den korten tijd van zijn bestaan, reeds zijn laatste woord
zou gezegd hebben. Daarenboven is hier altijd een groot
bezwaar de verbazende zwakheid van het licht, zoodat een
telescoop al bijzonder sterk de lichtstralen moet concentreeren,
wil het spectrum waarneembaar zijn.
De voornaamste dubbelsterren zijn: ï van den Grooten Beer,
van Hercules, y van den kroon , y van de Maagd enz; een
ilrievoudige ster vindt men in het sterrebeeld de Kreeft,
een viervoudige in de Lier, welke eigentlijk uit 2 paren
dubbelsterren bestaat, en eindelek is een vijfvoudige ster
bekend in Orion, juist onder de 3 sterretjes, die den naam
van de Drie Koningen dragen. Deze merkwaardige vijfvou-
dige ster bestaat uit 4 die vrij wel even groot zijn, en een
vijfde die kleiner is.
§ 41. SerelTlekken. Bij helderen sterrenhemel ziet men
over den ganschen hemel een witte, zwak lichtgevende
band, die den naam van Melkweg draagt. Zij vormde
volgens de Noordsche mythe de brug waar langs de geesten
der afgestorvenen naar 't Walhalla opklimmen.
Deze melkweg snijdt de ecliptica in punten, ongeveer op
90° van 't punt Aries gelegen, in de Solstitien zooge-
naamd. Op ^ ongeveer van hare lengte verdeelt hij zich in
twee deelen, wier einden zich weder verder vereenigen.
Beschouwt men dezen melkweg met een goeden kijker,
dan lost hij zich op in millioenen sterren van verschillende
grootte, die soms zoo dicht op elkander staan dat het veld
van den kijker er als mede bezaaid is. Herschell schatte het
getal van de sterren, die door de dagelijksche beweging
in een uur zijn kijker passeerden, op 50000. Een derge-
lijke groote verzameling van steiTen, die zich voor 't bloote