Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
trekken omtrent mogelijke beweging om elkander of om
elkanders zwaartepunt, zooals de wet van Newton zou aan-
wijzen, dan moeten de fouten der waarnemingen al bij-
zonder gering zijn. Zelfs wordt er beweerd dat zij dan
kleiner zouden moeten zijn, dan men ze tot nog toe heeft
kunnen verkrijgen.
Intusschen is in sommige gunstige gevallen een bewe-
ging der dubbelsterren om elkanders zwaartepunt, op de
wijze zooals de wet van Newton voorschrijft, duidelijk op-
gemerkt , zoodat daardoor bewezen wordt dat de algemeene
gravitatiewet ook in die ver verwijderde streken van 't heelal
haar invloed doet gelden.
Het licht der dubbelsterren is in den regel gekleurd en wel
in de meeste gevallen complimentair, dat wil zeggen als de
eene ster rood is, vertoont de andere een groene kleur,
bij oranje sterren vindt men blauwe metgezellen enz.
Dit kan zeer goed door contrast plaats hebben, dus slechts
schijnbaar zijn, maar dit is ten minste niet bij allen
het geval. Werd nl. van sommige dubbelsterren de roode
bedekt, zoodat men slechts de andere zag, dan was die nog
even goed groen, als te voren, en bedekte men de groene,
dan behield de roode altijd nog hare kleur.
Dat hier echter bij zulken geringen afstand en bij den
donkeren achtergrond contrastverschijnselen een grooten rol
moeten spelen, zal iedereen toegeven. Het is verder bij de
dubbelsterren, dat men ook de meeste veranderingen in
kleur overtreft, en dit is zelfs zoo algemeen dat men bij
sterren, die groote veranderingen in kleur vertoonen, al licht
gaat zoeken of zij niet soms dubbel of veel vuldig zijn.
Op die wijze is b. v. het dubbele karakter van Antares
ontdekt, terwijl men om dezelfde redenen van Sirius ook
wel beweerd heeft, dat het een dubbelster moest zijn. Si-
rius was n. 1. vroeger rood en nu wit.
Het spectrum der dubbelsterren is in hoofdzaak niet
verschillend van dat der andere sterren. Alleen zijn de
donkere tusschenruimten voel breeder, meer banden dan
strepen. Deze sterren moeten dus door veel dichtere ab-
sorbeerende atmospheeren zijn omgeven, dan gewoonlijk
worden aangetroffen.
Zoo deze zonnen nog weder door planeten omgeven zijn,
moet daar de hemel een vreemdsoortig gezicht aanbieden.