Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
cirkel of equatoriaal. Xerwijl de eerste nl. bewegingen doet
ontdekken, die in de richting van de ster en de aarde
plaats grijpen, verraden de laatste genoemde metingen alleen
bewegingen, waarbij ook veranderingen in richting geschie-
den. Beide instrumenten vullen elkander aldus aan: wat
de eene niet vermag te ontdekken, doet de andere en omge-
keerd. Vandaar het bijzondere hooge belang dat ook in
dat opzicht de spectroscoop voor de astronomen heeft. In-
tusschen moeten de resultaten, hierbij door hem verkregen,
slechts met uiterste voorzichtigheid aangenomen worden.
Wat verder de bovengenoemde uitkomst betreft, omtrent
den aard der stoiïen, die in de verschillende sterren aanwezig
zijn, moet het verbazingwekkend genoemd worden dat men van
zulke oneindig ver verwijderde lichamen zoo iets heeft kun-
nen ontdekken Ook is opvallend dat daar alles ongeveer is
als hier, en aardsche stoffen ook daar voorhanden zijn.
§ 40. Dubbelsterren. Onder de vaste sterren zijn er een
menigte die door een telescoop bezien zich in twee of meer-
dere oplossen, en daarom den naam van dubbel- of veel-
voudige sterren dragen. Zij staan voor ons oog zoo dicht
bij een, dat zij zich als een enkele ster vertoonen; daar ech-
ter een kijker den ouderlingen afstand vergroot, worden zij
door dezen afzonderlijk gezien. Dat zij zoo dicht bij elkander
staan, kan werkelijk en schijnbaar zijn. In 'teerste
geval noemt men ze physische dubbelsterren, in
't laatste geval, waarbij de een op een verbazende afstand
vóór of achter de andere kan liggen en alleen in richting
weinig met de andere verschilt, heeten zij optische dub-
belsterren. Het is niet gemakkelijk uittemaken of een
dubbel-ster optisch of physisch is, daar wij omtrent den
wezenlijke afstand der vaste sterren nog maar zeer weinig
weten. Struve, die van omtrent ruim 3000 dubbelsterren
nauwkeurige metingen heeft verricht, koos daarvan alleen
diegenen uit, die weinig in helderheid van elkander verschil-
den en die daardoor meer waarschijnlijkheid opleverden dat
zij werkelijk physische dubbelsterren waren.
Behalve StruVe hebben zich ook Herschell, Mädler
en Kaiser met hot uitmeten van de afstanden en de plaat-
sen der dubbelsterren beziggehouden : de bijzondere kleinheid
van die afstanden maakt een dergelijk onderzoek bijzonder
moeielijk. Wil men uit die metingen cenig besluit kunnen