Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
deze veranderingen in lichtsterkte, die binnen zeer korte
tijden plaats grijpen, heeft men bij sommige sterren langzame
veranderingen in lichtsterkte opgemerkt. Men noemt deze
veranderlijke sterren. Onder hen is vooral beroemd:
de ster van Tycho, die in November 1572 plotseling ver-
scheen, daarop zoodanig in helderheid toenam, dat zij over
dag te zien was, in December van 't zelfde jaar echter
verminderde en in Maart 1574 weder geheel verdwenen was.
Even beroemd is de ster van Herschell, 7 van het schip
Argo, die somtijds in helderheid Sirius overtreft en dan
weder tot de 2 grootte afdaalt. Bekend is ook Algol,
yï van Persen», die om de twee jaren van de 4" tot de
2" grootte toeneemt, om daarna weder in twee jaar tot
do 4'- grootte af te dalen. Eene langere periode heeft <f
van den grooten Beer. In 't geheel zijn er hier omstreeks
30 veranderlijke sterren opgemerkt. Hier onder zijn er
door Argelander 19 opgegeven, waarvan de periode
der veranderlijkheid bekend is De voornaamste zijn, be-
halve de opgenoemden:
Y van den Arend,
van de Lier,
Betelgeuze,
Mira in de Walvisch.
Allerlei hypothesen zijn tot verklaring dier veranderlijke
sterren opgeworpen, maar geen enkele heeft nog het mee-
rendeel der astronomen weten te bevredigen.
Het licht der sterren is ook van zeer verschillend voor-
komen , en in zuidelijker streken, waar de lucht minder
met dampen is opgevuld, wordt het prachtige van den ster-
renhemel boven mate verhoogd door de zeer verschillende
kleuren waarmede de stenen schitteren. De geheele hemel
lijkt daar bezet met duizende verschillende edelgesteenten.
Antares en Arcturus prijken als robijnen, Oapella en Pro-
cyon overtreffen in haar goudgeelen glans onze topazen,
terwijl hot witte schijnsel van Wega en van de alles over-
treffende Sirius niet minder de bewondering wekt. Be-
schouwt men verder de sterren met den telescoop, dan komen
nog veel meer verschillende tinten voor den dag. In den regel
loopen die meer naar 't rood, dan naar 't blauw en het violet.
Verschillende astronomen, zooals Piazzi Smyth, Ses-
tini en anderen, hebben zich het onderzoek naar die klear der