Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
118

Xiet ver daarvan ziet meu twee sterren dicht bij een, hot
zijnde Tweelingen^ Gas tor en Pollux.
3fi Het sterrebeeld Oy-ion is
ook gemakkelyk te onderken-
nen. De voornaamste figuur
er van is een onregelmatige
vierhoek met er binnen drie
sterren op een rechte lijn,
de zoogenaamde Drie Ko-
ningen. Verlengt men deze
3 koningen dan komt men
van zelf in Sirius, de be-
roemde Hondster. Van Orion
zelve is de voornaamste, links
boven de drie koningen, B e-
telgeuze. Diametraal daar
tegenover is ^ Orionis ^ nl.
Rigel. Trekt men nu een
lijn uit liigel over Betelgeuze, dan vindt men weder
de Tweelingen. De lyn door III en IV van den grooten
Beer, naar den anderen kant dan waar Regulus zich bevindt,
verlengd, brengt ongeveer in Wega, « van de Lier.
Zooals fig, 36 aanwijst, komt men door II en I van den
grooten Beer te verlengen in « van den kleinen Beer, welke
niet anders is dan de veelgenoemde Poolster, Zij wyst bijna
direct de Noordpool des hemels aan. De kleine Beer heeft
denzelfden vorm als de groote Beer. De staart er van ver-
lengd , brengt verder in C a p e 11 a in den Wagenman, door
haren glans licht herkenbaar. Verlengt men de sterren in
fig. 36 door 1 en 2 aangewezen, dan komt men in Wega
bovengenoemd en nog verder voortgezet in Alt air, « van
den Arend, tusschen twee kleinere geplaatst. Maar genoeg
voorbeelden: men ziet, dat mon op die wijze, van een paar be-
kende sterrebeelden uitgaande, reeds vele sterren kan vinden.
De astronomen wijzen soms weinig aanzienlyke sterren
aan door het nummer van den sterren-catalogus, waarin
zij zijn aangeteekend.
§ 38. Veranderlijke sterren. De vaste sterren geven een
fiikkerend licht, dat hij korte tusschenpoozen heldei'der is,
en dat een eigenaardigen indruk geeft, geheel verschillend
van het zachte en gelijkmatige licht der planeten. Behalve