Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
Nedsrianjscli SchoolRiusaiin)
PriiiseiiircM lol iiü de Priü^cn^lraal
■ AMSTL:R~ AM.
COSMOG^RAFIE.
HOOFDSTUK I.
De aarde.
g 1. Vorm der aarde. Do aarde doet zich, bij oppervlak-
kige beschouwing, voor als een onbewegelijk lichaam, welks
platte oppervlakte zich naar alle kanten onbegrensd uitbreidt.
De geografie heeft ons echter reeds lang geleerd, dat deze
voorstelling niet de ware is.
Men weet nu immers dat men op allerlei wyzen de aarde
rond kan gaan zoodat men op hetzelfde punt weder terecht
komt. Do aarde is dus een lichaam dat vrg in de wereld-
ruimte zweeft.
Bij deze reizen heeft men nooit uitstekende kanten of spit-
sen aangetroffen. Wel vindt men hier en daar hooge bergen,
maar de hoogte daarvan is altijd onaanzienlijk , in verge-
lijking van het oppervlak dat zij beslaan.
Op een reliefkaart van Zwitserland, een der bergachtig-
ste landen van de wereld, móet de hoogte der bergen
aanmerkelijk vergroot voorgesteld worden, wil men ze be-
hoorlijk kunnen onderscheiden.
Men komt daardoor tot de conclusie dat de aarde rond
is, en dat besluit wordt door tal van bewijzen gestaafd.
In volle zee, ziet men de ver verwijderde schepen uit
den cirkelvormigen horizon oprijzen. Met een kijker neemt
men eerst den mast en naderhand het schip zelf waar , en
waar dit ook plaats heeft, altijd geschiedt de verschijning
der voorwerpen allengskens, nooit met sprongen. Daaren-
boven hoe hooger men stijgt des te verder kan men zien ,
en wederom is deze uitbreiding van 't gezichtsveld gelijk-
matig en zonder schokken.