Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
sterrenbeelden zeer uitgebreid; vooral toen men ook het zui-
delijk halfrond leerde kennen. Voor ons zijn de voornaamste:
de Groote Beer, de Draak,
de Kleine Beer, de Stier,
Orion, de Lier,
de Groote Hond, de Arend,
de Kleine Hond, de Maagd,
de Tweelingen, de Zwaan,
Aiidromeda, de Kroon,
de Leeuw, Cassiopeia.
Van deze zijn de beide Beeren, de Draak, Cassiopeia
circumpolair.
Om nu de sterren in elk sterrenbeeld weder te kunnen
onderscheiden noemt men ze van de grootste af, met de
letters van het Grieksche alphabet. Zoo is n van den Groo-
ten Beer de grootste ster van dat beeld, en zoo vervolgens.
Sommigen van de groote sterren hebben daarenboven iu
oude tijden eigennamen gekregen en die tot dezen tijd toe
behouden. Zoo heet « van den Grooten Hond Sirius of
Hondster, « van den Kleinen Hond, Procyon, « Boötis,
Arcturus, enz. De Poolster, merkwaardig, omdat zij
slecht een paar graden van de N.-pool des hemels verwij-
derd is en daarom bijna stil staat te midden der anderen,
is b. V. « van den Kleinen Beer.
Bij een helderen avond, waarop het firmament met sterren
als bezaaid is, levert het een eigenaardig genot op, de voor-
naamste te kunnen herkennen. Dit wordt gemakkelijk ge-
maakt door een hemelglobe of bijna even goed door het
hemelplein, dat Prof. Ka is er bij zijne beschrijving van
den Sterrenhemel heeft gevoegd. Weet men sommigen
te vinden, dan kan men vau daar uit weder andere voor-
name sterren opzoeken.
De groote en kleine Beer vertoonen zich ongeveer als in
fig. 36 is aangewezen. Verlengt men nu de bocht, die de
staart van den grooten Beer maakt, dan komt men aan de
heldere ster, Arcturus bovengenoemd, en die zelfde kromme
lijn verder voortgezet, bereikt men de schoone ster Spica
in de Maagd. Verlengt men de lijn der sterren van den
grooten Beer, in fig. 36 door IV en III aangewezen, naar
beneden, dan komt men in Eegulus, « van den Leeuw.