Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
uitgezonden, andere golflengten. Iedere donkere streep, in
het spectrum voorhanden, beantwoordt aan stralen van be-
paalde golflengte, die op den weg tusschen lichtbron en oog
door een ol' ander gas of damp zijn geabsorbeerd. Stollen
wij ons nu voor een golvend water en daarin een persoon
die zwemt. Zoo deze tegen de golven inzwemt, dan zal hij
meenen dat zij korter zijn; verwijdert hij zich, dan ko-
men zij hem langer voor. Passen wij dit op 't licht toe,
dan komt men tot de volgende uitkomst:
Beweegt een lichtbron zich naar ons toe of wij naar haar,
dan moeten de golflengten der lichtstralen ons korter schij-
nen dan zij zijn. Vergelijken wij dus het spectrum van een
ster die sodium bevat en die naar ons toe komt met dat
van een rustige sodium-vlam, dan moet de sodium-streep
ons in 't eerste geval op een andere plaats voorkomen
dan in 't tweede geval. Wij zullen de streep in 't sterre-
spectrum naar 't violet verschoven vinden. Gaat de ster van
ons af, dan wordt de golflengte grooter, do breking min-
der en zal de verschuiving naar 't rood plaats grijpen.
Op die wijze kan derhalve de spectroscoop ook nog die-
nen om de beweging der hemellichamen te onderzoeken,
en komt dit instrument ons in een tweede belangrijk licht
voor. Tot dat onderzoek moet zij echter bijzonder ingericht
zijn, opdat een kleine verplaatsing der strepen duidelijk
merkbaar zij. (Reversie-spectroscoop van Zöllner) l).
§ 37. Indecling der sterren. Laat ons nu nagaan wat
een nauwkeurig onderzoek ons van do verschillende hemel-
lichamen heeft geleerd.
In de eerste plaats komen dan de vaste sterren aan
de beurt. Deze zonnen, die in groote menigte in de wereld-
ruimte aanwezig zijn, vertoonen zich aan ons in verschil-
lende grootte. Men heeft slechts de glansrijke ster Sirius, de
helderste der vaste sterren, to vergelijken met de fijne lucht-
puntjes, die alleen voor 't sterk gewapend oog zichtbaar zijn.
1) Deze voorstelling van de theorie van Doppler, aan Lockyer ont-
leend , is meer beknopt, dan juist, daar de zaak zich geheel anders voor
doet wanneer de lichtbron voortgaat dan als de waarnemer zich beweegt.
, Langs wiskundigen weg laat zich echter bewijzen dat men bij een
■strengere opvatting der zaak toch tot dezelfde uitkomsten geraakt.
Ik zag echter geen kans de juiste voorstelling bevattelijk genoeg hier
tc ontwikkelen,