Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
Hieruit volgt, dat het ontstaan van donkere strepen
aldus kan verklaard worden:
Ieder gas zendt bepaalde soorten van lichtstralen uit,
sodiumdampen b. v. geele, en nu door die zelfde eigenaar-
digheid bezitten zij ook het vermogen om uit ander sterker
licht, dat er doorgaat, juist die stralen uittelichten, die het
zelf, alleen zijnde, zou uitzenden.
Het zelfde geschiedt met de warmtestralen. Straalt een
lichaam in bijzondere mate sommige warmtestralen uit, dan
zal het ook bij vooïkeur die zelfde stralen het sterkst ab-
sorbeeren.
Herhaaldelijk heeft men zich door proeven van de waar-
heid van genoemde stelling overtuigd. Geeft b. v. een
metaaldamp 5 bepaalde strepen, dan zal het ook in het
spectrum van sterker licht, van een vast lichaam uitgaande,
juist op dezelfde plaats vijf donkere strepen doen ontstaan.
Als dus een hemellichaam een spectrum van de 2^ soort
geeft, dan kan men even goed als bij een spectrum van de
3e soort den aard der stoffen bepalen, die daarin voor-
handen zijn.
Men ziet, het spectroscopisch onderzoek der hemellicha-
men moet veel bijzonderheden kunnen aan 't licht brengen
omtrent den physischen toestand ; iets, waarvan vroeger de
mogelijkheid zelfs ondenkbaar was.
Natuurlijk moet het spectrum zoo zuiver en uitgerekt
mogelijk zijn en, om dat te verkrijgen, is een afzonderlek
instrument noodig, dat men den spectroscoop noemt.
Het bestaat 1° uit een of meer, soms wel 13 prisma's
van zwaar glas op een gemeenschappelijke plaat bevestigd,
2° uit een buis, aan 't eene einde door twee gladde platen
gesloten die door een schroef dichter en verder van elkander
kunnen gesteld worden, zoodat zij tusschen zich een fijne
scherpbegrensde spleet overlaten; aan 't andere einde bevat
de buis een lens die het licht evenwijdig maakt; die buis
wordt de collimator genoemd en wordt met de spleet
naar 't licht en met de lens naar de prisma's gekeerd. Ten
derde heeft men een kleine kijker waarin 't licht opgevan-
gen en waarmede het spectrum onderzocht wordt; daarin
is gewoonlijk een inrichting om de juiste plaats der strepen
te bepalen. In fig. 34 ziet men de verschillende deelen van
een spectroscoop met één prisma.