Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
Nader onderzoek bewees dat men drie soorten van spec-
tra kan onderscheiden.
1°. een volledig spectrum zonder donkere stre-
pen.
2°. een volledig spectrum , met donkere strepen.
3°. een spectrum, alleen bestaande uit op zichzelf staande
gekleurde lijntjes of banden.
In het eerste spectrum zijn alle mogelijke stralen tusschen
de uiterste zichtbare voorhanden: nergens is een spoor van
afbreking te erkennen.
In het tweede ontbreken hier en daar stralen, wier breek-
baarheid anders zoodanig zou geweest zijn, dat zij die don-
kere ruimten opvulden. Tot deze soort behoort het zonne-
spectrum, waarin men reeds meer dan 2000 dier donkere
strepen heeft opgemerkt.
Bij het derde spectrum vindt men slechts hier en daar
een lichtstreep. De lichtbron, die dit spectrum doet ont-
staan, levert dus zooveel groepen van stralen als er stre-
pen zijn. Van iedere groep van stralen is de breekbaarheid
dan dezelfde of nagenoeg, al naarmate een verdere breking door
meerdere prisma's die lichtstreep even breed laat of uitrekt.
Men heeft verder ontdekt, dat hot volledige spectrum
N°. 1, wordt gegeven door alle gloeiende vaste of vloei-
bare stoffen on wel door deze alleen, en dat het lijnen-
spectrum N°. 3, verkregen wordt, indien het licht af-
komstig is van gassen of dampen.
Deze belangrijke ontdekking is door later onderzoek be-
vestigd ; alleen moet men de voorstelling in zooverre wij-
zigen , dat in 't laatste geval verschil in spanning der
lichtende gassen en dampen veroorzaken kan, dat de strepen
nu eens fijner, dan weder broeder zijn. Bij groote drukking
kunnen zij zich zelfs tot breede banden uitrokken, zoodat
dan 't spectrum nadert tot dat onder N°. 2 vermeld.
Daar nu deze regels algemeen doorgaan, kan men bij
een onkelen blik op 't spectrum van oen lichtbron direct
zeggen of het een vast lichaam of een gas is.
Hoeveel dit waard is voor het onderzoek der hemellicha-
men, kan iedereen beseffen. Men krj'gt aldus gemakkelijk
antwoord op de vraag, in welke aggregatie-toestanden zij
verkeeren, en wel, op welken verbazenden afstand zij ook
van ons verwijderd mogen zijn.