Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
Wij willen dus nu nagaan wat een telescopisch en spec-
troscopisch onderzoek der hemellichamen ons heeft geleerd.
Daar echter de spectroscoop nog niet een werktuig is
geworden, even gemeenzaam aan allen als een kijker,
willen wij eerst een beschouwing en beschrijving daarvan
vooraf laten gaan.
§ 36. Spectroscoitie. Newton ontdekte dat het licht
der zon is samengesteld uit een oneindig aantal verschil-
lende stralen, die zich naar hun kleur tot zeven hoofd-
groepen laten brengen, nl. de bekende kleuren van den
regenboog. Valt nl. het witte zonnelicht door een fijne
spleet op een glazen prisma, in een donkeren kamer ge-
plaatst, dan gaat het niet meer recht uit, maar wordt
van zijne richting afgebogen. Tegelijk is echter de fijne
lichtstreep tot een breede gekleurde band uitgerekt.
Het prisma heeft de verschillende stralen, in 't zonlicht
voorhanden, als een waaier uiteengespreid. Dit komt dat
iedere straal door het prisma een andere afwijking verkrijgt,
anders gebroken wordt. Het minst worden gebroken de
roode stralen, het meest de violette.
Vangt men die breede band van lichtstralen op een wit
scherm op, dan ziet men daarop een zevenkleurige licht-
streep, die het spectrum wordt genoemd. Laat men het-
licht, nadat het het eerste prisma gepasseerd is, door een
tweede en derde gaan, dan worden de verschillende stralen
nog meer van hun richting afgebracht en ook nog meer
uiteengespreid. Zoo men slechts over genoegzame hoeveel-
heid licht heeft te beschikken, kan men aldus een spec-
trum verkrijgen van een verbazende uitgebreidheid.
Laat men verder dit spectrum niet op een scherm, maar
op een kijker vallen, dan kan men het in al zijne bijzon-
derheden nauwkeurig onderzoeken.
Aldus vond Frauenhofer dat het zonnespectrum door-
kruisd was door een massa donkere lijntjes, evenwijdig aan ■
de oorspronkelijke spleet, en dienaar hemde Frauenho-
fersche strepen worden genoemd. Zij nemen altijd een
vaste pjaats in het spectrum in, en worden aangewezen met
de letter A B enz. van de eerste in 't rood te beginnen.
Men spreekt bepaaldelijk van het zonnespectrum,
omdat reeds Frauenhofer ontdekte, dat het licht der ster-
ren andere uitkomsten gaf.