Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
welke daarom waarschgiilijk veel verder gelegen zijn. Met
hun drieën vormen zij bijna een rechthoekigen driehoek, en
nu moeten, volgens figuur 33 , de zijden en hoeken van dien
driehoek bij nauwkeurige uitmeting perodieke veranderin-
gen ondergaan.
Deze veranderingen werden met een grooten heliometer
onder alle mogelijke voorzorgen gemeten en daaruit, na den
invloed van allerlei bijkomende omstandigheden in rekening
gebracht te hebben, afgeleid een jaarlijksche parallaxis van
61 Cygni tot een bedrag van
0",348.
Deze uitkomst is later door Peters bevestigd.
Op dezelfde wijze werd door Struve de parallaxis van
a Lyrae bepaald, en daarvoor de nog kleinere waarde
gevonden van
O",261.
Aan het zuidel^k halfrond vindt men als een der belang-
rijkste sterren a C e n t a u r i. Zij onderscheidt zich van
de anderen door een vrij belangrijke verandering in rechte-
klimming en declinatie, zoodat zij niet stil staat, maar
een eigen beweging heeft. Waarschijnlijk was het dus,
dat zij zich dichter bij ons bevindt dan anderen.
Door een reeks van directe metingen aan de Kaap de
goede Hoop op die ster verricht, vond Henderson na
reductie der waarnemingen, een parallaxis van ongeveer 1
secunde, welke later juister bepaald werd op
O'9128.
Dit is de ster, die , zoover als wij tot nog toe weten ,
het dichtst bij ons is, maar die afstand is toch nog altijd
34,5 billioen kilometers.
Meer of minder waarschijnlijk is in 't geheel van een lOtal
sterren de parallaxis bekend. De kleinste daarvan is die van
de glansrijke ster Capella, waarvan de waarde door Peters op
O",046 wordt geschat.
Omtrent de grootte der vaste sterren weten wij niets ,
daar zij zich zelfs met de beste kijkers als lichtpunten ver-
toonen, zooals ten duidelijkste blijkt uit het feit, dat bij
de bedekkingen van zulk een ster door de maan, altyd de
uitdooving van 't licht oogenblikkelijk plaats grijpt.
Een schatting der grootte kan plaats hebben, door de
helderheid van het licht, dat zij geven, te vergelijken met