Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
(3)
/ (»t + A.)
4 sTl ai
als
I* de massa van de satelliet.
a de afstand » » » tot de planeet.
i de omloopstijd » » om de planeet.
Door deeling van beide vergelijkingen verkrijgt men
M-f ^ tj_
— „» • T' '
waarvoor men, daar zeer klein is ten opzichte van m eu
m zeer klein ten opzichte van M, schrijven kan:
waardoor de massa der planeet in die der zon is nitgedrnkt.
Is eenmaal de massa en het volumen van een lichaam
bekend, dan geeft het quotiënt direct de densiteit of
dichtheid.
Zoo is de dichtheid van de zon = 0.256 die der aarde.
= 1.376 die van water.
Plaatst men in de vergelijking (2) bovenvermeld, voor ni
de massa der zon, M, en voor r de straal der zon, R, dan
geeft zij de versnelling G op de oppervlakte van dat hemel-
lichaam, nl.
/M

Ri
ƒ, M en R zijn bekend, dus is G te vinden:
Aldus vindt men voor de versnelling van een vrijvallend
lichaam op de oppervlakte der zon
G = 28.03<7 of
G = 274.94 meter.
De spierkracht, die noodig is om een gewicht te dragen,
moet dus op de zon 28 malen sterker z^n dan hier op aarde.
Een gewoon aardbewoner zou dus op de zon niet eens in
staat wezen zijn eigen gewicht te dragen, maar daardoor
tot een vormloozen klomp ineen gedrukt worden.
Passen wij dezelfde formule (2) toe op de planeten, zoo-
dat »I en r de massa en de straal dier hemellichamen be-
teekenen, dan vindt men ook de versnelling van een vrij-
vallend lichaam op hare oppervlakte.
Aldus is gevonden: