Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
Dit laatste is juist de reden waarom de maan de aarde
altijd blijft vergezellen. Ware die afstand grooter, dan zou
de aantrekking van de zon al spoedig maan en aarde van
elkander scheiden, zooals uit de wetten van Newton kan
afgeleid worden.
Dat werkelijk de maan in hare baan gehouden wordt door
de aantrekking der aarde kan betoogd worden, door aan te
wijzen dat de versnelling, die een vrij vallend lichaam,
gebracht op den afstand van de maan, door de aarde zou
verkrijgen, gelijk is aan de middelpuntvliedende versnelling
van de maan in hare loopbaan.
Daar, volgens de wet van Newton, de aantrekking om-
gekeerd evenredig is met de vierkanten der afstanden,
zal de versnelling, zoo even genoemd, c^ den afstand der
maan zijn
9 8
—^ = 0,00272 meter per sec.
De middelpuntvliedende versnelling echter is, volgens een
bekende formule:
— = ^^ -, als de afstand van maan tot
de aarde en T de omloopstijd der maan beteekent.
Nu is:
r = 386^ millioen meter,
T = 27,3217 dagen, dus
é'r'r
= 0,00271 meter per sec.
welke uitkomst bijna vólkomen met de vorige overeenkomt.
§ 33. Massa van zon en planeten. Dezelfde wetten van New-
ton kunnen ons helpen ter bepaling van de massa van
zon en planeten.
De formule daarvoor is volgens pag. 78,
^ mm'
a. Zoo dus M de massa der zon en m die der aarde betee-
kent en a de afstand tusschen beide voorstelt, is de aan-
trekkingskracht , die tusschen beiden heerscht,
/Mra