Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
ook met behulp van de schijnbare middellijn de grootte be-
paald worden. Daar toch do stand der planeten ten opzichte
der aarde nauwkeurig bekend is, en daarenboven nu de af-
standen dier hemellichamen tot de zon gegeven zijn, kan
men daariüt voor zeker oogenblik de afstanden er van tot
de aar dé, a, berekenen; alsdan is weder, zoo de schijnbare
middellijn op dat oogenblik {d) is , de werkelijke middellijn
2 a sin | d.
Het meten <van die schijnbare middellijn is echter een
zaak, die niet zoo gemakkelijk is. Vooreerst kan het, we-
gens de geringe grootte er van slechts met sterke kijkers
geschieden, welke niet altijd zulke volkomen zuivere beelden
geven, als voor dat doel noodig zijn. Vooral is dat met
spiegel-telescopen het geval, daar de spiegel door haar
eigen gewicht van vorm verandert en een onregelmatige
terugkaatsing veroorzaakt. Dit is zelfs zoo sterk dat de
oude H e r s c h e 11 om Uranus een ring ontdekte, die geheel al-
leen door de spiegel er aan gebracht was, en dat de groote
telescoop van Lord Rosse, zoo uitstekend om nevelvlekken te
bestudeeren, voor de waarneming van planeten niets waard is.
Ten tweede zal een licht voorwerp op donkeren grond
altijd grooter schijnen dan het is, wegens het verschijnsel
dat men de irradiatie noemt. Men ziet dat duidelijk
aan de maan, wanneer zij een sikkelvormige gedaante heeft,
en het duistere gedeelte toch nog eenigszins zichtbaar is; dan
lijkt die sikkel uit een grooter schijf gesneden dan het overige.
Ten derde is de lucht, door welke wij heen zien, nooit in
rust, en deze luchtgolvingen hebben bij waarnemingen
met groote kijkers een voortdurende beweging in de randen
der beelden ten gevolge, waardoor een juiste meting on-
mogelijk wordt.
Kaiser klaagt in den >Sterrenhemel" ook zeer over de
onaangename werking dier luchtgolven. Hij vergelijkt het
elfect daarvan met hetgeen wij waarnemen, als men naar do
voorwerpen in een vertrek ziet over de oppervlakte van
een brandende kachel heen. Ook bij het uitmeten van de
afstanden der dubbelsterren veroorzaakt dit een bijzondere last.
Het meten der schijnbare middellijn geschiedt op
dezelfde wijze als dat van genoemde afstanden, nl. met
micrometers in den kijker, of wel met afzonderlijk inge-
richte kijkers, heliometers.