Boekgegevens
Titel: Leerboek der cosmografie
Auteur: Hoorweg, J.L.
Uitgave: Utrecht: gebr. van der Post, 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-314
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200874
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der cosmografie
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
§ 30. Grootte der zon. De bepaling van den afstand van
de zon tot de aarde hebben wij eenigszins in bijzonderheden
nagegaan , omdat daaruit zooveel belangrijke gevolgtrekkin-
gen afteleiden zijn.
Vooreerst toch is nu de afstand van alle planeten tot do
zon ook in volstrekte maat gegeven, daar de betrekkelijke
getallen op pag. 74 opgegeven slechts met 148J millioen
behoeven vermenigvuldigd te worden, om in kilometers den
werkelijken afstand op -to leveren.
Ten tweede kan nu, uit de schijnbare middellijn der zon,
haar volumen worden afgeleid.
Men kan zich immers de vraag voorleggen: Hoe groot
moet een bol zijn, om op een afstand van 148} millioen
kilometers zich te vertoonen onder een gezichtshoek gelijk
die schijnbare middellijn?
Uit een eenvoudig figuur blijkt dan dat die bol een wer-
kêlgke middellijn moet hebben van:
2 X 148500000 X sin } d, ais d de schijnbare middellijn is.
Nu hebben verschillende metingen voor de schijnbare mid-
dellijn der zon een gemiddelde uitkomst gegeven van
0°32'
waaruit voor de werkelijke middellijn van de zon het ver-
bazende getal volgt van:
1447400 kilometers, of ongeveer
108} aard middellijnen.
Met den ouden parallaxis zou men gevonden hebben:
111} aar dmid dellij n e n.
Het volumen van de zon wordt dan gevonden gelijk te zijn
aan ongeveer:
1588000 billioen kubieke kilometers
of wel: 1277000 malen de inhoud der aarde.
Met den ouden parallaxis zou het volumen der zon ongeveer
tot dat der aarde staan als:
1384472 :1.
Het wordt nu eenigszins begrijpel^k hoe de zon het cen-
trum kan wezen van een geheel stelsel van hemellichamen.
Tegelijk valt op de kolossale cijfers, voor de afmetingen van
de aarde in 't eerste Hoofdstuk opgegeven, een geheel ander
licht, nu wij weten dat bijna 1} millioen van die aardbol-
len uit de zon kunnen gesneden worden.
§ 31. Grootte der planeten. Van de planeten kan nu