Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^83
gaat te voet, voorop de vader met eenige leden van
't gezin, die op de lastdieren moeten passen; dan
volgt een talrijke kudde rendieren, terwijl de overige
Laplanders met hun honden de achterhoede vormen.
Zoo is 't rendier last- en trekdier te gelijk; ja, nog
meer dan dit, want het bezit bovendien de nuttige
eigenschappen der koe; terwijl men van zijn huid
kleederen, schoenen, beddedekens en tenten maakt-,
van het haar stoelkussens vervaardigt, uit de been ■
deren messen, naalden en lepels fabriceert, Aqpezen
tot touw en garen draait en eindelijk de klauweit
zelfs tot drinkbekers vormt. Zoo voorziet het ren-
dier in alle behoeften van de Laplanders en de overige
bewoners der poolstreken, die van hartzeer en heim-
wee sterven, indien zij aan hun sneeuwvelden, aan
hun nomadenleven en aan hun rendieren worden
ontrukt.
De familie der volhoornigen kenmerlct zich door
de beenachtige, getakte horens, het ge-ioeigenoemd,
waarmede de mannetjes zijn gewapend en die jaar-
lijks in het voorjaar afvallen, om uit twee beenige
kernen, den rozestok, op nieuw voort te spruiten.
Een schoon gewei bestaat dikwijls uit 20 en meer
takken en bepaalt tevens den ouderdom van 't dier,
daar de takken met ieder jaar grooter en talrijker