Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^82
N". 12, b. Familie der Herten of
öer volhoornigen.
Wat de drommedaris is voor de woestijn en den
Arabier, dat is het rendier voor de sneeuwvelden
en de bewoners der poolstreken. Met een snelheid,^
waarvan wij ons moeilijk een denkbeeld kunnen;
vormen, trekt het de slede over de gladde sneeuw-
baan en holt in duizelingwekkende vaart langs steile
hellingen, over ongelijken grond daarhenen. In die
slede zit de Laplander, dicht in zijn rendierpels
gedoken, en met bewonderenswaardige vlugheid de
wel wat op een schuitje gelijkende slede in even-
wicht houdende, die anders stellig zoude omslaan.
Is de streek, waar hij zich met vrouw en kroost
heeft gevestigd, tot verder verblijf ongeschikt,
dan wordt de tent afgebroken, en op den rug van
het rfendier gelegd; het weinige huisraad, de kazen
en de overige eetwaren worden in een mand ge-
pakt , de kinderen, die nog niet loopen kunnen,
in wiegen gezet, die van berkenhout zijn vervaar-
digd en van binnen met de huid van een rendier
gevoerd worden; een ander rendier komt aan en
wordt aan de eene zijde met de mand, en aan de
andere met de wieg beladen. De overige familie