Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^78
en vertoonen zich als kleine uitwassen, die den
grond niet raken.
De meeste diersoorten dezer orde zijn met horens
voorzien, die wij nader zullen bespreken, als wij
de herten, de runderen, enz. behandelen. De
bovenste snijtanden ontbreken gewoonlijk, gelijk
zulks ook het geval is met de hoektanden, zooals
wij later zullen aantoonen. Om van het voorgaande
een helder begrip te krijgen, kan men niet beter
doen, dan de koe, vooral als zij geslacht is, eens
nauwkeurig te beschouwen.
Het eerst zullen wij nu kennis maken met de
familie, die wij boven hebben aangeduid, nl. met
de kameelen of eeltvoetigen. Deze dieren verschil-
len in sommige opzichten van de overige herkau-
wers : de teenen zijn van onderen door een eelt-
achtigen voetzool verbonden; zij missen de horens,
terwijl daarentegen snijtanden in beide kaken wor-
den aangetroffen en de hoektanden ontwikkeld zijn.
De kleine kop, de uitpuilende oogen, de lange hals,
de bultige rug, het ruige haar en de gespleten
bovenlip geven hun een onaanzienlijk, eenigszins
misvormd voorkomen. Dat hun bouw berekend is
naar 't oord, waarin zij leven, behoeven wij nauwe-
lijks te vermelden: zulks is immers bij alle natuur-
voortbrengselen het geval! Van daar dan ook de