Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^77
deze met de 2'^® uitmonding in gemeenschap staat
(De eerste uitmonding verleent toegang tot de
en 2'^® afdeeling der maag.) In de boekpens, aldus
genoemd naar het groot aantal neerhangende vliezen,
die op de bladeren van een boek gelijken, wordt
de spijs nogmaals verdeeld en gekneed, om einde-
lijk in de lehnaag over te gaan, waar de eigen-
lijke spijsvertering een aanvang neemt De melk,
waarmede de jonge dieren zich voeden, gaat dade-
lijk in de lebmaag over, om daar de werking te
ondergaan, die haar tot voeding van het dier ge-
schikt maakt Het aftreksel van de zal stellig
den kaasmakers niet onbekend zijn. Sommigen
meenen, dat het zoo even in de pens opgenomen
voedsel dadelijk herkauwd wordt; deskundigen be-
weren echter, dat dit niet het geval is, en leeren
ons, dat het voedsel, hetwelk terstond na een maal-
tijd herkauwd wordt, eigenlijk het overschot is van
vroegere maaltijden. Ten laatste stippen wij nog
aan, dat vloeistoffen onmiddellijk door de boekpens
of door de lebmaag worden opgenomen.
Deze dieren gaan op den derden en vierden teen,
die door lange nagels omgeven zijn, en wel zoo,
dat zij samen een gespleten hoef vormen, waarom
men deze orde ook wel die der tweehoevigen noemt;
de overige teenen zijn slechts weinig ontwikkeld