Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^71
steinsche, Mecklenhurgsche en Friesche •^z.'zxAzn or\.-
derscheiden zich door hun stevigen bouw en door
hunne groote spierkracht, waarom zij veelal als
tuigpaarden gebruikt worden, terwijl de Geldersche
als rij- en de Zeeuwsche als werkpaarden dienen.
Zooals genoegzaam bekend is, kan men aan de
tanden zien, hoe oud een paard is, waarbij dan
acht gegeven wordt op het volgende: Het veulen
wordt geboren met 6 maaltanden in iedere kaak;
daarop volgen de snijtanden en de overige maal-
tanden. Die tanden, de melktanden, worden evenwel
door andere verwisseld en wel in deze volgorde: na
verloop van 2I S. 3 jaar de twee binnenste snijtan-
den, na 3t k 4 jaar de twee daaropvolgende, en
na 4^ a 5 jaar de twee uiterste der beide kaken.
Iedereen nu weet verder, dat zich op die snijtanden
bruine holten bevinden, die door 't gebruik wegslijten,
en wel als volgt: in de onderkaak die op de binnenste
snijtanden tusschen 't SJde en 6de jaar; die op de
twee daaropvolgende tusschen 'tójde en 7de jaar,
en die op de twee uiterste tusschen 't 7ide en 8ste
jaar; in dezelfde volgorde verdwijnen die der boven^
kaak en wel in 't S^ste en 9de jaar de binnenste, in
'tgjde en lode jaar de twee daaropvolgende, en in
'tilde en 12de jaar de twee uiterste holten. Na
dien tijd wordt het bepalen van den ouderdom