Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^69
op te staan. De doffe oogeri, de matte, lustelooze
gang, de nauwe neusgaten, de korte, flauwe adem-
haling, de hangende ooren, de lijdzame volgzaam-
heid , de moedelooze houding en vooral de uitstekende
beenderen roepen u duidelijk toe, welk een hard
lot het op zijn ouden dag getroffen heeft. Wilt ge,
dat ook uw paard een dergelijk lot onderga.'Neen,
voorzeker. Welnu, als het eens ongeschikt wordt
voor den arbeid, schiet het dan voor den kop of
geef hem het genadebrood het edele dier, hetwelk'
u misschien aan 't moordend staal of aan 't doodend
lood heeft ontrukt! »
De orde der eenhoevigen (we gaan tot het meer
practisch gedeelte onzer schets over) bevat maar een
enkele familie, die der paarden, waartoe slechts
weinige soorten behooren nl. het paard, de ezel,
de zebra, de qtiagga en het tijgerpaard. Deze
dieren kent men gemakkelijk aan den stevigen,
breeden hoef, een nagel, om zoo te zeggen, waar-
door de middelste teen omgeven is; beziet men een
paardenhoef nauwkeurig, dan ontwaart men nog
twee weinig ontwikkelde teenen, die evenwel den
grond niet raken. Het gebit bestaat uit 6 snijtan-
den in de boven- en even zooveel in de beneden-
kaak en uit 6 stompe, breede maaltanden ter weers-
zijde daarvan: uit 36 tanden dus; tusschen deze