Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^53
man tot de aanhankelijkheid, de kwispelstaarterij
van een kruiper, die gewillig zijn nek buigt voor
ieder juk, dat men hem oplegt!
„Jammer, dat er kruipers zijn onder ons geslacht,"
zegt ge met een zucht, en gij zoudt er kunnen bij-
voegen: „duizendmaal jammer, dat er nog lieden
gevonden worden, die op dat „ras" zoo bijzonder
gesteld zijn! Moge het spoedig uitsterven!"
Maar ik zou vergeten, dat heden de familie der
katten aan de orde is. Deze familie onder-
scheidt zich van de drie vorige familiën door het
vreeselijk gebit, (flinker hoektanden, grooter, scher-
per scheurkiezen; maar minder valsche kiezen en
minder maaltanden dan de overige familiën), door
de tiitrekbare, scherpe klauwen, door de ruwe, ste-
kelige tong, door den sprong waarmede zij hun prooi
bemachtigen, door de in het duister fonkelende oogen,
waarvan de pupil zich tot een smalle streep kan
samentrekken en door de buitengewone spierkracht,
die hen in staat ste!t, dieren weg te dragen, welke
hen in zwaarte verre overtreffen. Al deze opge-
noemde kenmerken (6) kunt ge gemakkelijk bij uwe
kat waarnemen. Vooral in de heete gewesten zijn
de verschillende soorten dezer familie sterk verte-
genwoordigd. Waarom die menigte.' Om een te
groote vermenigvuldiging van andere diersoorten