Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
Op zekeren dag evenwel slaat het dier vreeselijk
met zijn staart, zijn oogen fonkelen en brullend
loopt hij in zijn hok heen en weder: in de verte
ziet hij zijn vroegeren meester aankomen! Zonder
aarzeling steekt Gérard zijn hand door de tralies
van het hok, en het trouwe dier lekt en streelt on-
ophoudelijk de hand van zijn geliefden meester!
Telken male wanneer Gérard zich wil verwijderen,
laat de leeuw een droef gebrul hooren en omvat de
ijzeren tralies, zoodat zijn hok er van schudt; en
ook Gérard kan moeielijk van zijn trouwen „Afri-
kaan" afscheid nemen! Dus, zegt ge misschien,
dus kan ook de leeuw, even als een hond, gene-
genheid opvatten voor zijn meester. Ja, lezer, dat
kan hij, maar tusschen de genegenheid van den
leeuw en die van den hond is een hemelsbreed ver-
schil. De eerste, de koning der dieren, wil ko-
ninklijk behandeld worden; de laatste mort zelfs
niet bij de ruwste mishandelingen en lekt de hand,
die hem kastijdt. Wee den oppasser, die zulks bij
een leeuw zou beproeven! Met koninklijken trots
zou hij den kop opheffen, de zware manen schudden,
de spieren spannen en den onverlaat verbrijzelen
tegen de wanden van zijn hok. De genegenheid
van den leeuw en die van den hond staan ongeveer
tot elkander als de vriendschap van een rechtschapen