Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
kroppers, raadsheer en, meeuwtjes,pauwstaarten, pa-
relduiven, postduiven , enz., enz.; en toch is het hoogst
waarschijnlijk, ja bijna zeker, dat al deze verscheiden-
heden afstammen van de wilde duif, die aan de kusten
van de Middellandsche Zee en den Atlantischen Oceaan
voorkomt. Ook de hoenders (zij stammen af van een
soort, die in Indië leeft) leveren de duidelijkste bewijzen,
hoe door temming en kruising uit één soort vele ras-
sen en verscheidenheden kunnen voortkomen. De kana-
rievogel, die in 't wild op de Kanarische eilanden leeft,
en daar van boven donker, van onderen licht van kleur
is, levert mede een bewijs op, voor hetgeen wij zeiden.
Wilt gij nog andere bewijzen, die ons gezegde zul-
len staven.' Onze runderen (hoeveel rassen en ver-
scheidenheden zijn er niet van bekend!) stammen
slechts van één enkele soort af. Zoo kunnen, door
tusschenkomst van den mensch, de dieren veredeld
worden; niet altoos echter worden de dieren door
temming edeler. Hoe een koud klimaat, schraal
voedsel, ruwe en verkeerde behandeling een oor-
spronkelijk sterke, flinke en levendige diersoort
doen verbasteren, daarvan zien wij een voorbeeld
in den ezel, die lui en droomerig is geworden. „Ja,
maar dat is reeds zoo lang verleden," zullen eenige
lezers zeggen, „kunnen wij door eigen waarneming
ons overtuigen van de gegrondheid uwer bewering.'"