Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
zoo'n zwak heeft, van gaarne op zijn uitgebreide en
deftige familie te pochen, en op welke leden hij het
liefst snoeft: op den wolf, op den jakhals, op den
vos of op de hijena! Daar gij mogelijk ook een
hond in uw huis hebt, zult ge zeker gaarne iets
van zijn familie vernemen, om zoodoende zelf te
kunnen beslissen, op welk lid uw huisvriend zich
het meest kan verhoovaardigen.
De familie der honden kenmerkt zich door een
spitsen snuit en langen kop, door een gebit zopals
wij in schets 5 hebben beschreven en door niet
uitrekbare en tamelijk stompe nagels; zij hebben 5
teenen aan de voor- en 4 aan de achterpooten. Dik-
wijls gaan zij in troepen op roof uit en bemachtigen
dan grootere viervoeters; meestal evenwel voeden
zij zich met kleinere dieren, vooral met vogels.
Niet door sprongen zooals de katten, maar door
een snellen loop maken zij zich van hun prooi mees-
ter; ook bezitten zij geen hoornachtige steeksels op'
de tong gelijk de dieren, die wij in een volgend
nommer zullen bespreken; zij hebben eindelijk een
fijnen reuk en een scherp gehoor. Gij ziet het, de
familie der honden is tamelijk scherp van die der
katten gescheiden; gij zult dit nog beter leeren in-
zien, als gij uw hond met uw kat vergelijkt, en
hierbij vooral let op het gebit, de klauwen, den