Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
Iedereen zal zeker al eens gehoord hebben, dat
er in de provinciën Zuid- en Noord-Holland geen mei-
kevers voorkomen, terwijl het er in andere streken soms
van wemelt; dat er op sommige plaatsen veel meer
slakken zijn, dan op andere; dat eekhoorns niet
overal in ons land in 't wild ronddartelen; in 't
kort, dat men dikwijls in sommige provinciën van
ons land dieren aantreft, die in andere in 't geheel
niet voorkomen. Waaraan is dit toe te schrijven?
Zijn er in Holland bijv. geen boomen, die aan de
meikevers voedsel kunnen verschaffen.' Iedereen weet
zulks wel beter! Neen, 't is, omdat de larve van
den meikever niet leven kan in een leemachtigen
grond, die, als hij uitdroogt, steenhard wordt. Knaag-
dieren houden van een drogen, zandigen bodem,
daarom vindt men o. a. in de lagere streken van
ons land geen eekhoorns. De slakkeji vervaardigen
hun huisjes zelf van een stof, die zij uit den man-
tel op den rug afscheiden; die stof nu bestaat hoofd-
zakelijk uit kalk: waar de grond dus arm is aan
kalk, daar zal men weinig slakken aantreffen. Gij
ziet het, 't is wel aardig de oorzaak op te sporen
van 't al of niet aanwezig zijn van eenige dieren
in bepaalde streken! Zoo zoekt bijv. de oeverzwaluw,
een grond, die noch uit leem, noch uit klei, maar
uit zand bestaat, omdat zij daarin gemakkelijker