Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
hebben. Tegen den herfst vreten zij zich heel vet,
om gedurende den winter op dat vet te teren, wan-
neer zij in een half slapenden toestand zich meestal
ophouden in holen, die zij zelf graven. Hun vleesch
wordt gegeten, hun pels is ook nog een f2$ waard
en daarbij levert hun vet voor de Noordsche volken
een niet te versmaden handelsartikel: Gij zult mis-
schien ook al wel eens gehoord hebben, dat men
vroeger aan het berenvet de eigenschap toekende,
van zelfs op den kaalsten schedel een flinken haar-
dos te voorschijn te roepen! De beren zetten den
geheelen voetzool op den grond; deze is daarom ook
onbehaard en eeltachtig; de beren zijn derhalve zool-
gangers, in tegenstelling van honden en katten, die
teenloopers en van marters, die half-zoolgangers
zijn. Onze gewone manier volgende, zullen wij
wederom eenige leden der berenfamilie noemen, om
daarna een punt uit de algemeene dierkunde te be-
spreken nl., hoe de verblijfplaats der dieren afhan-
kelijk is van den bodem, waarop zij leven.
De bruine beer kwam vroeger algemeen in de
bosschen van Europa voor, doch houdt zich tegen-
woordig alleen in zeer bergachtige streken op, voor-
namelijk op de Pyreneën, de Alpen, het Scandi-
navisch gebergte en in Rusland; ook in Azië en
Noord-Amerika is hij almede geen vreemdeling.