Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
onder den verschoten hoed aanstaarden, alsof zij
z^gen wilden: „ik versta niets van de taal , die men
hier spreekt, kent er soms iemand Fransch ?" Indien
de man Hollandsch had verstaan, zoudt ge hem zeker
naar een of andere bijzonderheid omtrent zijn ruigen
metgezel gevraagd hebben. Maar dat verstond hij
nu eenmaal niet! Gij zult er dus zeker niet op
tegen hebben, als ik u heden 't een en ander van
de beren en hun familie ga mededeelen.
Hun gebit kent ge reeds zoowat; maar als ik u zeg,
dat zij meer maaltanden bezitten, dan de dieren die
bijv, tot de familie der katten behooren, en dat de
scheurkies tamelijk stomp is, komt gij allicht tot
het besluit, dat de beren ook wel plantenvoedsel
zullen gebruiken. De nagels der 20 teenen zijn niet
uitrekbaar; de pooten zijn dik en plomp; zij ge-
bruiken ze minder om hun prooi te grijpen, zooals
bijv. een kat een muisje snapt, dan wel om
te slaan, wanneer zij genoodzaakt worden zich
te verdedigen: gij hebt zeker wel eens gehoord, hoe
bruintje zijn tegenpartij heel aardig weet te omar-
men, hoewel ik geloof, dat ge op zulk een omar-
ming minder gesteld zult zijn. Dat de beren heel
goed op de achterpooten kunnen loopen, daarbij
zeer vlug in de boomen klauteren en flink zwemmen,
zoudt ge zeker van die logge gasten niet gedacht