Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
is en waarmede hij zijn oogen bedekt, als hij zich
in 't water bevindt. Hij graaft zijn hol onder den
waterspiegel, maar zoo, dat hij ook op het land er
uit kan komen. Zijn voedsel, gij vermoedt dit reeds,
bestaat uit visch en andere waterdieren, waarvan hij
er meer doodt dan hij opvreet! Hij komt ook in.
ons land voor, maar wordt door de visschers geducht
vervolgd. Zijn bont is ook al niet gering te achten.
Hij bereikt een lengte van 6 d. M., terwijl zijn
spits toeloopende staart nog 4 d. M. lang is.
Van den zeeotter, die zich in den Grooten Oceaan
ophoudt, willen wij alleen mededeelen, dat hij de
grootte van een hond bereikt en steeds zeldzamer
voorkomt, omdat hij wegens zijn vacht, die een
waarde van /• 200 heeft, vreeselijk vervolgd wordt.
Nu wij van dieren spreken, die zich met vleesch voe-
den , komt het ons niet ongepast voor, de volgende
vraag te beantwoorden: „Welke zijn de levensmidde-
len , die de natuur (dat is God, de Schepper, de Voor-
zienigheid) den mensch heeft aangewezen V' Den die-
ren gaf God den reuk en vooral den smaak tot keuze
voor hun voedsel; en de inrichting van \ gebit, de maag
en de darmen beantwoorden nauwkeurig aan de gedane
keuze. Ook voor den mensch geldt de gulden regel:
„Eet wat reuk en smaak aangenaam vinden en wat
door de tanden kan verbrijzeld, worden." Wij zijn