Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
onverzadelijken wellust naar binnen. Ook vogels,
die zich op den grond ophouden, worden niet zeW
den bemachtigd; en toch durven wij haar verdedi-
gen, daar het den eigenaars van duiven en hoenders
niet moeilijk valt, hun pluimgedierte een veilige
rustplaats te verschaffen: denk maar eens aan de
ratten en muizen, die zij verslindt!
De hermelijn is grooter dan de wezel (3 d. M.),
doch wordt met deze wel eens verwisseld, daar kij
dezelfde kleur heeft; hij is evenwel gemakkelijk te
kennen aan zijn witten staart met zwarte punt.
Hij gebruikt hetzelfde voedsel als de wezel en snapt
daarenboven nu en dan nog een haas of een konijn
er bij. Zijn pels levert het hermelijnbont, dat als
vorstelijke statiemantel wel bekend is.
De winterpels van het sabeldier, dat in Siberië
en Noord-Amerika voorkomt, is nog kostbaarder,
daar hij dikwijls ƒ 160 opbrengt. Jammer slechts,
dat de pelzen uit Siberië ons doen denken aan de
arme ballingen , vrijheidslievende Polen misschien ,
die verplicht zijn, jaarlijks een zeker aantal er van
aan 't Russische Gouvernement te leveren.
De bunzing is ook in ons land wel bekend w^ens
den ondragelijken stank, dien hij verspreidt; zijn
pels heeft vooral in den wintertijd veel waarde,
waarom de bunzing dan ook op alle mogelijke wijzen