Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
en bochtige gangen en holen, waarin jacht wordt
gemaakt op muizen en ander gedierte; bij hen geldt
als regel: „waar de kop door kan, daar gaat 't
heele lichaam door." Zij bezitten verder korte poo-
ten met 5 teenen, van niet uitrekbare, scherpe na-
gels voorzien; bij 't loopen zetten zij niet alleen de
teenen, maar ook de helft van den voetzool op den
grond, zoodat zij half-zoolgangers zijn.
Deze vlugge, stoute en bloeddorstige roovers
bemachtigen zich door wel berekende sprongen van
hunne prooi, die, eenmaal gegrepen, slechts zelden
ontkomt. De pels, en vooral de winterpels, wordt
dikwijls duur betaald, zooals wij straks zullen zien.
Eenige der meest bekende soorten volgen hier. Drie
er van zijn niet inheemsch.
De wezel is des zomers bruin op den rug en
wit aan den buik; 's winters wordt zij dikwijls geheel
wit; zij bereikt gewoonlijk een lengte van 2 d. M.,
dus is nog iets korter dan een eekhoorn. Haar
voedsel bestaat vooral uit muizen, waarvan zij een
groote menigte verdelgt, soms 6 in i uur. Lief-
ls\ebbers van duiven en hoenders weten misschien,
'helaas, maar al te goed, welke schrikkelijke ver-
woestingen zij onder dat pluimgedierte kan aan-
richten: is haar honger gestild, dan bijt zij de overge-
bleven dieren in den strot en zwelgt het bloed met