Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
hun woonplaatsen terug. De bever daarentegen
blijft waar hij is en zorgt voor een behoorlijke
winterprovisie. Drie k vier bevers en hun jongen
vereenigen zich tot den gemeenschappelijken ar-
beid: Zij bouwen een hut van boomstammen,
takken en twijgjes en stoppen de openingen dicht
met klei en steentjes. Die hut heeft twee ver-
diepingen, een boven, een onder den waterspiegel;
de onderste wordt gevuld met boombast en dunne
twijgen, waarmede zij zich voeden; de hut bezit verder
2 openingen, een boven, een onder 't water, om in
tijd van nood hun heil in de vlucht te zoeken. Is
het water, waarin zij bouwen, een stroomende rivier,
dan vervaardigen zij, dwars door den stroom, een
dam van boomen, welke zij aan de landzijde afknagen,
waardoor de boomen vanzelf in 't water vallen; de ope-
ningen vullen zij dan weder met takken, klei en
modder aan; dit doen de bevers, doordien zij,
misschien voor hun veiligheid, er steeds voor zor-
gen, dat de onderste verdieping onder water blijft
Soms zijn die dammen 20 Meter lang en 2 Meter
breed! Al deze werkzaamheden verrichten zij 's nachts,
terwijl elk zijn eigen taak te vervullen heeft! Hebt
gij niet eens aan een tammen eekhoorn opgemerkt,
dat ook hij de eigenaardigheid bezit, om noten,
amandels, wortels en andere spijzen in zijn nest te