Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
beitelvormige knaagtanden in de boven- en onder'
kaak, het ontbreken der hoektanden, de groote
ruimte tusschen de knaagtanden en de kiezen en
eindelijk de gespleten bovenlip, die hun 't knagen
gemakkelijk maakt. De knaagtanden slijten natuur-
lijk door al dat knagen aan harde voorwerpen,
zooals hout, zaad, notedoppen, enz. van boven spoedig
af; maar hierin heeft de natuur zeer wijselijk voor-
zien, door aan die tanden de eigenschap te geven,
van voortdurend te blijven doorgroeien! Aan de
pooten bezitten ze gewoonlijk 4 of 5 teenen; neem
dit maar eens waar bij een muis, een haas, een
konijn of een eekhoorn! Aan den meestal ron-
den kop zitten knevelharen , die langer zijn dan de
breedte van 't dier, en welke hun 's nachts, als zij
op rooftochten uitgaan, van groot nut zijn. Over
het algemeen zijn het vlugge, aardige, hoewel
lastige diertjes met iets aapachtigs in hun voorkomen,
daar vele bij 't vreten op de achterpooten gaan
zitten en in de voorpooten het voedsel vasthouden.
Zij graven veelal holen in den grond, en leveren
dikwijls kostbare pelterijen. Hun vermenigvuldiging
is verbazend sterk : ware zulks niet het geval, dan
zouden zij spoedig van de aarde verdwijnen, daar
zij in valken, wezels, buizerds, katten, vossen, enz.
gevaarlijke vijanden hebben. Om den winter door