Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
elkaar liggen. Van den ondersten gang graaft hij
naar alle richtingen loopgraven, waarin hij zijn
voedsel zoekt, dat uit wormen, engerlingen of
kwatwormen, meikevers, veetimollen, enz. bestaat. Is
hij dus niet bijzonder nuttig ? En desniettegenstaande
zien we nog tal van mollenstappen ! Hier en daar werpt
hij eens een plantje om,'t is waar, of scharrelt in uw
bloementuin, omdat daar spijs is naar zijn gading!
Bleef hij weg of vingt gij hem, dan zouden
de meikevers, de engerlingen, enz., enz. wel
zorgen, dat er niets van uw planten terecht kwam!
Indien ge soms nog steeds het vooroordeel blijft
koesteren, dat de mol plantenvoedsel vreet, zie dan
eens naar zijn tanden, of onderzoek de maag van
een dooden mol, of nog liever, sluit eens een mol
op in een kistje, voorzie hem met wortels van al-
lerlei planten, smeer er zelfs honing en suiker op:
den anderen morgen reeds vindt ge hem half
dood te midden van al dien overvloed, waarvan
veenmollen (insekten), meikevers, enz. zouden wa-
tertanden. Als ge een weiland met molshoopen
hebt, verzuim dan niet, die te slechten, daar de
aarde dezer hoopen bijzonder vruchtbaar is.
De gewone spitsmuis behoort ook tot onze vrien-
den ; haar spitse snuit, haar kale staart, haar mus-
kusachtige reuk en vooral haar gebit onderscheiden