Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^126
daar zijn er, die in t water, op het land, onder den
grond, in de boomen en in de lucht leven; die in
vorm, in kleur, in grootte, in leefwijze, in geaard-
heid , in de inrichting van 't gebit en van de pooten
zeer veel met andere orden verschillen, het is waar;
doch alle brengen levende jongen ter wereld, die
zij met melk zoogen, en door dit kenmerk onder-
scheiden zij zich van de overige dieren, die wij
kennen. Zij hebben alle rood, warm bloed, een
hart met twee kamers en twee boezems; ademen
door longen en hebben meestal een behaard
lichaam. Een aantal orden nu, die een of meer
kenmerken gemeen hebben , welke wij bij de overige
orden niet aantreffen, vereenigt men tot een groep,
waaraan men den naam van klasse geeft. De 14
orden, die wij besproken hebben, vereenigt men,
naar 't hoofdkenmerk, tot de klasse der zoogdieren.
Nu wij van melk spreken, komt het ons niet on-
gepast voor, een enkel woordje over veeveredeling
in 't midden te brengen. De veredeling van 't vee
nl. moet uitgaan van het jong, dat gezoogd wordt,
daar de moedermelk het geheele dier zit!" Uit
verkeerd begrepen eigenbelang evenwel onthoudt men
aan jonge dieren de moedermelk op een tijdstip,
waarop zij haar volstrekt niet kunnen missen, en
geeft hun daarenboven een minder krachtig voedsel,