Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^121
uit planten of uit dieren. De grootste dieren dezer
orde bereiken soms een lengte van 35 Meter; de
kleinste zijn dikwijls niet meer dan 2 Meter lang!
Van sommige hebben de jongen bij hunne geboorte
reeds 435 Meter lengte! Tot deze orde behooren
de volgende soorten:
De gewone bruinvisch komt ook in ons land
voor en zwemt in troepen de rivieren op. Hij heeft
een lengte van 2 Meter. De groote kop is van
kleine oogen voorzien; hij heeft scherpe, kegelvor-
mige tanden; de beide neusgaten loopen in een spuit-
gat uit; de bruine huid is met borstelige haren
begroeid. Vooral in de Noordzee komen zij talrijk
voor; doch geregelde jacht wordt niet op hen ge-
maakt, daar 't spek weinig traan geeft en 't on-
smakelijke vleesch slechts door de armste kustbe-
woners gegeten wordt. Ook de 3 volgende soorten,
die met den bruinvisch tot de familie der dolfijnen
gerekend worden, bezitten tanden in de beide kaken,
komen in troepen voor, voeden zich met dieren en
hebben slechts één spuitgat.
De potvisch of kazelot heeft de grootte en de
kleur van een walvisch. Hij is vraatzuchtiger dan
deze en valt zelfs haaien en andere groote zeedieren
aan. Hij leeft in den Stillen-, en in den Atlanti-
schen Oceaan. Wegens de traan, die nog over-