Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^112
bezit de volgende kenmerken: De dieren hebben
vier zeer korte ledematen, waarvan de teenen
door zvvemvliezen verbonden zijn, terwijl hun gebit
overeenkomt met dat der verscheurende dieren.
Het zijn meestal groote, logge dieren, die in de
zeeën leven en zich voornamelijk met visch voeden.
De openingen van neus en ooren kunnen door spie-
ren gesloten worden. Het lichaam is met korte
haren bedekt, de snuit is stomp en draagt stijve
snorren op de lippen. Men verdeelt deze orde, naar
het al of niet uitsteken der hoektanden, in Robben
en Walrussen. Hun lichaamsvorm heeft eenige
overeenkomst met dien der visschen.
Tot de robbenfamilie, die geen uitstekende hoek-
tanden heeft, behooren de volgende soorten.
De gewone zeehond heeft een aschgrijze met don-
kere vlekken voorziene huid. Ook aan de kusten
van ons land en aan de monden onzer rivieren
komt hij voor, waar hij zich reeds van verre door
zijn blaffend geluid doet hooren. Verder bewoont
hij de zeeën tusschen Europa en Amerika. Zeer
dikwijls komt hij uit het water, om zich op de
zandbanken of op de ijsschollen in de zonnestralen
te koesteren. De zeehond is zeer gedwee en ge-
makkelijk te temmen; ook kan hij voor de visch-
vangst afgericht worden, want hij is volstrekt niet