Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^110
de beteekenis van dit woord ons reeds bekend is:
1. De familiën der marters, der beren, der
honden, der katten.
2. De familiën der eeltvoetigen, der volhoornigen,
der holhoornigen.
3. De familiën der gieren, der valken, der uilen,
4. De familiën der meeuwen, der gansvogils,
der duikers, enz.
Indien wij nu de 4 familiën onder i genoemd
met elkander vergelijken, merken wij nog al eenig
verschil op (Zie bijv. n°. V, VI, VII en VIII
onzer schetsen), doch alle dieren, die er toe be-
hooren , bezitten een treffende overeenkomst in de
inrichting van 't gebit (zeer groote, spitse hoek-
tanden en groote, driepuntige scheurkiezen) en in
die der pooten (scherpe nagels aan de teenen); het
is dan ook daarom, dat men die 4 familiën tot
een groep vereenigt, waaraan men den naam geeft
van orde der verscheurende dieren.
Ook bij de familiën onder 2 genoemd is 't
verschil tamelijk groot; doch als wij die 3 familiën
met de overige familiën der zoogdieren vergelijken,
dan valt ons de eigenaardige inrichting van 't gebit
('t ontbreken der bovenste snijtanden, de platte,
breede maaltanden), van de maag (bestaande uit
pens, muts, boekpens, lebmaag) en van de pooten