Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^107
soorten van dit geslacht, waarvan het grootste i
Meter lang is. Van den staart maken de wilden
van Zuid-Amerika een soort oorlogstrompet.
In twee der vorige nommers hebben wij getracht, den
lezer duidelijk te maken, wat men door de woorden
soort en geslacht te verstaan heeft; nu zullen wij be-
proeven hetzelfde met het woord familie te doen,
hetwelk wij reeds eenige malen gebruikt hebben.
Noemen wij eerst eenige geslachten op:
1. Het geiten-, schapen- en rundergeslacht.
2. Het leeuwen-, tijger-, panther- en kattengeslacht.
3. Het geslacht der arenden, dat der haviken
en der valken.
4. Het hoender-, fazanten-, pauwen- en kalkoenen-
geslacht.
Bij onderlinge vergelijking merken wij nog al
eenig verschil op tusschen de dieren, die tot de op-
genoemde geslachten behooren; maar dadelijk valt
het in 't oog, dat de dieren onder i meer punten
van overeenkomst hebben met die onder 2, dan
met die onder 3 en 4 genoemd; evenwel merken
wij ook op, dat de geit, 't schaap en 't rund,
onderling vergeleken, minder verschil opleveren,
dan wanneer wij ze met den leeuw, den tijger en
de kat vergelijken. Als vanzelf komt men er dus
toe, om dieren, die veel punten van overeenkomst