Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^106
mieten. De dikbehaarde pels is zeer gezocht; het
vleesch wordt evenwel niet gebruikt. Dit dier,
evenals het vorige, bereikt de grootte van een ge-
wonen hond.
Het schubdier komt in Guinea en Senegal voor
en voedt zich eveneens met mieren. In plaats van
met haar is zijn huid met schubben bekleed, in
den vorm van driehoekige platen, die als dakpannen
over elkander liggen en hem tegen alle gevaar be-
veiligen. Hij heeft een langen, spitsen snuit, een
kleine mondopening en een tong als de miereneter;
de tanden ontbreken. De staart is twee maal zoo
lang als het lichaam nl. 50 a 60 c. M. De negers
vinden zijn vleesch een zeer smakelijk voedsel.
Eeri ander soort schubdier, nl. het kortstaartige,
komt in een klein gedeelte van Azië voor.
Het gordeldier, Ook wel schildvarken en armadil
genoemd, leeft bijna uitsluitend in Zuid-Amerika.
Het lichaam is met regelmatige schilden bedekt,
die breede, beweegbare gordels vormen, waarin
het de pooten en den kop bijna geheel kan terug
trekken. Met zijn scherpe klauwen graaft het de
woningen van insekten op; het heeft een groot
aantal kleine maaltanden. Het vleesch wordt ge-
geten, en de schilden van den pantser worden tot
allerlei gereedschap verwerkt Men heeft eenige