Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^105
en voedt zich met bladeren en vruchten. Dit dier,
dat om zoo te zeggen weerloos is, heeft een grijs-
bruine kleur, welke kleur overeenkomt met den
bast van den boom, waarop hij leeft. Van den Aï
zijn vele zonderlinge verhalen in omloop: zoo zegt
men, dat hij den boom, waarop hij voorkomt,
niet verlaat, voor dat hij dezen geheel kaal gevre-
ten heeft, en dat de honger alleen hem er toe
noodzaken kan, den kaalgevreten boom zeer lang-
zaam te verlaten, om een naastbijstaanden op te
zoeken, voor welke reis hij dan 2 a 3 dagen noo-
dig heeft! Als hij slaapt of rust, hangt hij met
de voor- en achterpooten aan een boomtak; wanneer
men hem plaagt, laat hij zijn droevig en eentonig
M hooren. In den laatsten tijd heeft men eenige
exemplaren van den Aï in den zoölogischen tuin
te Londen gehad.
De miereneter in Zuid-Amerika heeft in 't geheel
geen tanden, maar een lange, wormvormige, kle-
verige tong, die hij in de mierennesten steekt; de
mieren, in de meening dat die tong een of ander
dier is, willen zich van den vetten buit meester
maken en haar met zich wegvoeren; zit nu de tong
vol mieren, dan trekt de miereneter haar bedaard
naar binnen en verorbert zijn maaltijd; hetzelfde
kunstje gebruikt hij ook in de woningen der ter-