Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
N«. 15. TANDLOOZEN.
Indien wij de dieren dezer orde voor eenige
duizenden jaren hadden moeten beschrijven, zou-
den wij verbaasd gestaan hebben over de vreemd-
soortige en reusachtige dieren, die toen tot deze
orde behoorden, doch nu slechts als fossielen
voorkomen, terwijl de kleinere soorten nog voort-
bestaan.
De kenmerken, waardoor wij kunnen bepalen,
of een dier al of niet tot deze orde behoort, zijn
ten eerste het weinig ontwikkelde gebit; sommige
nl. hebben in 't geheel geen tanden, andere bezit-
ten wel is waar tanden (snij- en hoektanden en
kiezen,) doch deze zijn niet groot, hoewel zij door-
groeien, naarmate zij afslijten; ten tweede de groote
en lange klauwen, waarmede hun pooten zijn voor-
zien , en waarvan zij zich bedienen, of om te klau-
teren, of om den grond om te woelen. De meeste
dieren dezer orde zijn traag, vreesachtig en dom.
Het zijn nachtdieren, die zich voeden met planten,
zoowel als met dieren, voornamelijk met insekten.
Van de soorten tot deze orde behoorende noemen
wij de volgende.
De luiaard, naar zijn geschreeuw ook wel Ai
genoemd, bewoont de bosschen van Zuid-Amerika