Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
veel van water en wentelt zich gaarne in koele
moerassen. Hij komt in Indië en Zuid-Amerika voor.
De klipdas heeft de gedaante van een rhinbceros
en de grootte van een konijn! Hij leeft voorname-
lijk aan de Kaap, in Noord-Afrika en in Syrië en
voedt zich met planten.
Het wilde zwijn (ever) komt enkele malen in
ons land voor, voornamelijk evenwel bewoont het
Midden- en Zuid-Europa en Midden- en Zuid-Azië.
Het heeft een woest uitzicht, een zwarte huid en
groote slagtanden. Het voedt zich niet alleen met
eikels, beukenooten en ander plantaardig voedsel,
doch gebruikt ook vleesch. Van hem stamt het
tamme varken af, dat in talrijke rassen over de
geheele aarde is verspreid; ook hij wroet naar
wormen, rupsen en kevers,
Viet Ethiopische zwijn en het bisam oi muskuszwijn
bewonen Afrika; het hertezwijn komt in Azië voor.
Bij den olifant, waarvan wij boven reeds spra-
ken, zijn niet de hoek- maar de snijtanden tot slagr
tanden vergroeid. Men onderscheidt den Aziatischen
en den Afrikaanschen olifant: de eerste heeft een
slurf met één vingervormig uitsteeksel, korte ooren en
een hol voorhoofd; de laatste bezit twee uitsteeksels
aan den snuit, lange ooren en een bol voorhoofd.