Boekgegevens
Titel: De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Auteur: Hoyer, A.G.E.
Uitgave: Amsterdam: H.J. Otto, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200857
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zoogdieren: lees en leerboek voor de lagere school en de normaalschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
^102
heeft een plomp, tonvormig lichaam, dat door
korte pooten wordt gedragen; het is 4 ä 5 Meter
lang en 1,5 M. hoog en weegt soms wel 1800 KG.
Hij wordt met harpoenen gevangen wegens zijn
vleesch, zijn huid, zijn tanden, die ivoor leveren
en zijn spek, waaruit men traan bereidt. In den
dierentuin te Amsterdam vindt men 2 exemplaren
van deze diersoort.
Het neushorendier is een groot, sterk dier (4 M.
lang, 2 M. hoog), dat aan de rivieren en moerassen
van Afrika en Azië leeft en zijn naam ontleent
aan den kegelvormigen horen, dien het op den
neus draagt, en waarmede het zich moedig weet te
verdedigen. De dikke huid hangt in breede plooien
langs het lichaam af. Het leeft van sappige plan-
ten. Even als bij de overige reuzen dezer orde stuiten
de geweerkogels en sabelhouwen op zijn dikke huid
af De Aziatische rhinbceros, zoo wordt hij ook ge-
noemd, draagt één horen, de bezit twee
horens; de laatste heeft snijtanden, noch huidplooien.
De tapir heeft de grootte en de gedaante van
een zeer groot zwijn en kenmerkt zich door den
neus, die in een korte, beweegbare slurf (snuit)
uitloopt. Hij voedt zich met wortels en planten en
is den mensch nuttig door zijn vleesch en huid.
Even als de overige leden zijner orde houdt hij