Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
By den uitgever JOH. YKEMA is verschenen:
S. DE GAST Jz. Leerboek der Rekenkunde.
2 deelen. Tweede druk af 1;25.
Voor zooverre eene eerste lezing recht geeft eeu oordeel oter een boek als het boven-
staande uit te spreken, meen ik te mogen zeggen, dat de bchrijver de taak, welke bij
zich stelde, gelukkig heeft volbracht. Van de mij bekende leerboeken over rekenkunde
wijkt het onderhavige in menig opzicht af. Ik behoef daarbij slechts te wijzen op de rang-
schikking der stof, op den aard van vele bewijzen, op de menigte met zorg gekozen
vragen en opgaven tusschen den tekst, op den toeleg van den schrijver om den leerling
een helder inzicht te geven in 't verband, dat er tusschen verschillende eigenschappen
bestaat. Wat eindelijk de bruikbaarheid van dit leerboek in mijn oog nog aanmerkelijk
verhoogt, is dit, dat de scbs^jer bij vele eigenschappen wijst op het practisch nut ervan.
*t Is mij meer dan ^e'ns voorgekomen, dat een leerling op mijne vraag: „waartoe
dienen nu eigenlijk de eigenschappen, welke we bewezeu hebben?" geen ander antwoord
wist te geven, dan dat ze dienen om weer andere eigenschappen, die nog volgden, te
kunnen bewijzen. Toch hadden de leerlingen menigmaal de bedoelde eigenschappen onbe-
wust bij berekeningen toegepast. *t Eigenaardig verschijnsel deed zich dus voor, dat
iemand een eigenschap kende, zonder die met bewustheid te kunnen toepasssen, en dat
hij diezelfde eigenschap toepaste zonder het te weten, 't Is mij gebleken, dat een voort-
durend vragen naar, of wijzen op de practische waarde eener eigenschap ten gevolge had,
dat men haar „mooi" begon te vinden en meer moeite deed haar correct te bewijzen,
terwijl men haar bovendien beter kon onthouden. De heer De Gast wijst telkens op die
toepassingen en maakt daardoor zijn leerboek m. i. ook geschikt voor hen, die zonder
leiding studeeren. Ten slotte meen ik nog te moeten meedeelen, dat de verhoudings- en
verdeelingsdeeling door den schrijver, en m. i. terecht, streng van elkander onderscheiden
worden; dat één hoofdstuk gewijd is aan het voorstellen van getallen door letters; en
eindelijk, dat in een zestal aanteekeningen kortelijk behandeld worden : de periode der
resten, de negen- en elfproef, de GGD van rest en deeltal, ongelijkheden, samengestelde
breuken en talstelsels, terwijl 150 meer ingewikkelde vraagstukken over de theorie der
rekenkunde aan het slot worden aangetroffen.....Ik wensch den schrijver met zijn
arbeid veel succes.
Schoolwereld^ Juni '90. F. Duikee,
Dat werk zou ik u als het mij voorkomende beste studiewerk kunnen aanraden, omdat
het in alle geval de verdienste heeft, dat de hoofdzaken er goed in uitkomen en deze
helder en breed zijn uitgewerkt. Het is m. i. voor studeeren de onderwijzers het beste,
meest volledige, meest practische en broikbare. Een groot aantal opgaven, aan verschillende
examens ontleend, besluit elk deeltje en verhoogt de waarde.
School en Studie, Oct. '91. A. J. M. Brogtkop.
De Ie druk, naar de behoeften van onderwijzers ingericht, is om zijne vele goede
eigenschappen met warmte door de onderwijzers ontvangen. De 2e druk is met zorg
herzien; vooral de hoofdst. evenredigheden, evenr. af bank, van grootheden en getallen
eu verkorte bewerkingen zijn belangrijk gewijzigd en uitgebreid. Wij bevelen dit werk
ten zeerste in de aandacht der onderwijzers aan.
Vriend der Wiskunde 1894.
Dit practische Leerboek, dat zonder geleerden omslag de hoofdzaken als hoofdzaken
behandelt en de bijzaken niet teveel op den voorgrond brengt, zal zeker zijn weg wel vinden.
Tal van opgaven aan het eind van elk hoofdstuk en aan 't einde van het boek maken
het den leerling mogelijk zelf te onderzoeken, wat hij van 't geleerde begrepen heeft.
Werken in den practischen, eenvoudigen toon, dien de schrijver aanslaat, zullen voor
onze opleiding steeds gewenscht blijven.
l^ieuw Nijmeegsch Schoolblad Dec. '89,