Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
77. De betrekkelijke sterkte van twee lichten bedraagt 36 en 49,
de onderlinge afstand 182 cM. Men vraagt het punt in de
rechte lijn tusschen deze lichten, dat even sterk door elk van
beide verlicht wordt.
78. Van een koperen en een ijzeren meter heeft de eerste zijne
juiste lengte bij 16° R., de tweede bij 41° F. Hoeveel ver-
schillen deze meters in lengte bij 40** C. ? Lin. uitz, coëtF.
koper = 0,000017182; ijzer = 0,000012204.
79. Een houten bol, die 18 cM middellijn heeft, wordt ter dikte
van 2 cM gelijkmatig overdekt met eene stof, waarvan het
S.G. iVs isj terwijl dat van het hout % bedraagt. Men vraagt
welk deel van den bol, in het water gedompeld, boven het
water zal uitsteken?
80. In een bak, die 9 KG water bevat van 90° C., wordt eene
zekere hoeveelheid ijs gestort van 0°. Het ijs gesmolten zijnde,
heeft de vochtmassa de temperatuur van 60,5° C Hoeveel
kilo vocht is er nu in den bak ? Smeltingswarmte van ijs = 79,