Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ 2. Gewichtsverlies van lichamen, die geheel
of voor een deel in eene vloeistof zijn ge-
dompeld. Wet van Archimedes. Zinken,
zweven, drijven.
{Leerboek T, § 4).
1. Hoeveel HU weegt eene liniaal van staafijzer, lang 4 dM,
breed en dik 1 cM, als ze onder water is gedompeld?
2. Als men deze liniaal in kwik laat drijven, welk volume zal
dan boven de vloeistof uitsteken?
3. Hoeveel dS bedraagt het volume van een blok ebbenhout, als
het in zeewater 513 DG aan gewicht verliest?
4. Hoeveel weegt een blok eikenhout, als het in zeewater 3078 HGr
aan gewicht verliest?
5. Een stuk platina verliest in kwik 6,8 DG aan gewicht. Hoe-
veel verliest het in zuiver water aan gewicht?
6'. Waarom zinkt ebbenhout en drijft iepenhout in zuiver water?
Welk deel van het iepenhout zal onder water zijn?
7. Hoeveel iepenhout moet aan een dM-' ebbenhout verbonden
worden, om het geheel in zuiver water te doen zweven?
S. Waarin zal een schip dieper zinken, in rivier- of in zeewater ?
9» Een stuk basalt weegt onder water 19,2 KG en buiten water
32 KG. Hoe groot is het ?
10. Welk geheel aantal dM^ kurk zal men moeten binden aan 5 dM-^
marmer, om het geheel in zuiver water te doen drijven?
11. Een balk is 3 M lang, 3 dM breed en 2 dM dik, en weegt
160 KG. Welk gewicht moet op dien balk geplaatst worden,
om hem juist onder water te houden ?
12. Een lichaam is 5 dM-^ groot en 9,6 KG zwaar. In olijfolie
weegt dit lichaam 5,035 KG. Bereken het S.G. dezer vloeistof.
13. Een balk van 271,6 KG wee^t in water 231,6 KG. Hoe dik
is de balk, als de lengte 4 M en de breedte 4 dM is?
14. Een balk, lang 4 M, breed 4 dM en dik 3 dM, drijft in zuiver
water. Hoe zwaar is deze balk, als van het volume boven
water uitsteekt?