Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S75
afkoeling blijkt er 0,018 KG water gevormd te zijn. Bereken
hieruit de S.W. van koper.
12. Tot welke temperatuur zou een stuk ijzer van 5 KG moeten
verhit worden om er 1 KG ijs mee te kunnen smelten?
13. Hoeveel olijfolie zou men van 15° tot 80° kunnen verwarmen
met de warmte, die noodig is om dezelfde temperatuursver-
hooging mee te deelen aan 1 KG kwik?
14. Hoeveel warmte is noodig om 6 KG water van 15° te veran-
deren in damp van 100°?
15. Hoeveel om 4,8 KG alcohol van IS'' bij zijn kookpunt te ver-
dampen ?
16. In een distilleei'toestel wordt water gedistilleerd. Koelvat en
slang zijn van tin en wegen samen 12 KG. Het koelvat bevat
26 KG water van 10" C. Na zekeren tijd gedistilleerd te hebben,
is de temperatuur van koelvat en water tot 45° gestegen, de
temperatuur van het gecondenseerde water is 30° C. Veronder-
stellende, dat er geene wai-mte door uitstraling enz. verloren
ging, hoeveel water zou dan zijn gedistilleerd?
17. Hoeveel stoom van 100° moet gebruikt worden om 16^8 KG
ijs van 0° te doen smelten?
18. Hoeveel stoom van 100" is noodig om 5 KG alcohol van 10°
te veranderen in damp van 78°?
19. 100 L lucht van gewone spanning en de temperatuur van
480° wordt door eene buis, gevuld met ijs van 0°, geleid. Zij komt
er uit, afgekoeld tot 0°. Hoeveel ijs is in de buis gesmolten?
20. Om water van 10° te distilleeren heeft men per KG water
i'g KG houtskolen noodig. Hoeveel % van de warmte, die
deze bij verbranding opleveren, gaat verloren ?
§ 26. Warmte als arbeidsvermogen.
(Leerboek I. § 35.)
1. Het gewicht van een uurwerk weegt 0,84 KG. Het daalt in
24 uren met eenparige beweging 1,80 M. Hoeveel warmte
wordt hierbij door wrijving ontwikkeld?