Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
dag een kwartier voorloopt, hoeveel moet de slinger dan lan-
ger worden, om ze juist te doen loopen?
14. Als een uurwerk met sfecondeslinger te Amsterdam juist loopt,
hoeveel zou het dan aan de noordpool voor-, en hoeveel aan
den evenaar achterloopen ?
^
§ 24. Arbeid en arbeidsvermogen. ^ EJi
Jj/tx M^oC (Leerboek 1. § 32). - AVn ^ /
1. Een lichaam van 4200 KG wordt tot eene hoogte van 6^3 M
opgeheven. Welke arbeid is hierbij verricht?
2. Een paard heeft een wagen voortgetrokken over een afstand
van 14 KM en daarbij eene kracht uitgeoefend van 54 KG.
Welken arbeid heeft het verricht?
3. Eene stoommachine pompt in den tijd van 6 uur 500 M^^ water
4 M hoog op. Welken arbeid verricht zij per seconde?
4. Een kogel van S KG rust op eene gespannen veer. Wordt deze
losgelaten, dan wordt de kogel 16 M omhoog geworpen. Welken
arbeid verricht de veer hierbij?
5. Om eene plaat van 3 cM dikte te doorboren, is door eene
machine een arbeid verricht van 1560 KGM. Welken weer-
stand bood de plaat tegen de boor?
6. Een lichaam van 4 KG wordt met eene snelheid van 39,2 M
omhoog geworpen. Welken arbeid heeft de zwaartekracht ver-
richt, als het lichaam zijn hoogste punt bereikt heeft? En
welken arbeid heeft zij bij het dalen van het lichaam verricht?
Hier en verder g = 9,8 M.
7. Een heiblok van 400 KG bevindt zich 6 M boven den grond.
Hoe groot is zijn arbeidsvermogen van plaats?
8. Hoeveel arbeidsvermogen is noodig om een trein, die 160000
KG weegt en die eene snelheid van 15 M bezit, met dezelfde
snelheid te doen voortgaan over een afstand van 10 KM,
wanneer de wrijving V200 van de zwaarte van den trein bedraagt'?
0. Hoeveel arbeid wordt hierbij per seconde verricht?
10, Hoe groot is het arbeidsvermogen van een kogel, die 4,9 KG
zwaar is en eene snelheid bezit van 400 M?